Schuldenbewind en schuldhulpverlening.

Geachte lezer,

 


Als directeur van een middelgroot bewindvoerderskantoor in de Alblasserwaard, met 15 jaar ervaring op dit terrein (40 Fte, ± 1700 dossiers in kantoor) heb ik dit stuk geschreven, omdat ik mij enorm verbaas over de huidige manier waarop de discussie beschermingsbewind BW 1, schuldenbewind BW 1 versus schuldhulpverlening wordt gevoerd. Verder hoop ik dat mijn mail voor media en marktpartijen reden kan zijn aandacht te besteden aan de volledig onderbelichte kant, het tekortschieten van VNG, Divosa en gemeenten en de enorme inefficiënte wijze van hulpverlening. Ook doe ik een suggestie hoe dit sneller, beter tegen lagere kosten kan worden georganiseerd, met als conclusie dat gemeenten enorm veel geld kunnen besparen door gebruik te maken van de kwaliteiten van beschermingsbewindvoerders.

 

Ik neem aan dat u als lezer als geen ander op de hoogte bent omtrent bovenstaande discussie. Stellingen en standpunten lezend van VNG, Divosa en gemeenten, worden momenteel de onbeheersbare kosten van de bijzondere bijstand voor beschermingsbewindvoerders met name aan die beroepsgroep verweten. Anderzijds, maar helaas blijft dat m.i. volledig buiten beeld, is het wel diezelfde gemeente die personen met schulden doorverwijst naar beschermingsbewindvoerders voor schuldenbewind (BW 1), met als argument dat men eerst stabiel moet zijn voordat schuldhulpverlening opgestart kan worden. Ik beleef dit als een spagaat in die zin dat bewindvoerders regelmatig het verwijt krijgen dat zij ‘teren op de zak van de bijzondere bijstand’, terwijl gelijktijdig diezelfde gemeente wel actief doorverwijst en pas schuldhulpverlening wil opstarten als er beschermingsbewind is. Verder is het mijn praktijkervaring dat sommige gemeenten er alles aan lijken te doen om de schuldenaar ‘buiten de deur te houden’ in plaats van hulp te bieden en tot een oplossing te komen.

 

Sprekend voorbeeld van hoe het in de praktijk gaat

Als voorbeeld neem ik in gedachten een grote gemeente in Zuid-Holland. Mijn kantoor krijgt via het wijkteam een aanmelding voor schuldenbewind. Omdat het wijkteam 1elijns hulp is, inventariseert zij alleen en verwijst zij actief door.

Nadat de perso(o)n(en) in kwestie onder beschermingsbewind is/zijn geplaatst door de kantonrechter, die overigens wel toetst of het noodzakelijk is, inventariseer ik alle schulden.

Na een aantal maanden is het dossier stabiel en moet ik alle schuldeisers vragen om mij opnieuw opgave te doen omtrent de hoogte van de schulden, omdat de brief van de schulden die ik aanmeld niet ouder mag zijn dan 3 maanden van de kredietbank (deze schuldeisers krijgen natuurlijk ondertussen ook de balen van al die brieven zonder dat er iets concreets gebeurt). Vervolgens ga ik met het dossier weer naar hetzelfde wijkteam omdat dit team moet toetsen of het dossier wel overgedragen kan worden aan de kredietbank voor schuldhulpverlening (alsof de beschermingsbewindvoerder als deskundige dat zelf niet kan).

Na ontvangst van de bevestiging dat het dossier overgedragen kan worden, moet ik alle gegevens van het dossier weer uitprinten (inkomen uitgaven, toeslagen, alle schulden, gezinssituatie enz.) en opsturen naar de kredietbank.

Na ontvangst bij de kredietbank ligt het dossier gemiddeld een week of vier op de plank en kijkt er daarna een schuldhulpverlener naar.

Met een beetje pech zijn er inmiddels al weer 3 maanden verstreken en krijg ik het dossier weer terug omdat de inventarisatie van de schulden te oud is en kan ik weer van voren beginnen.

 

Mijn visie is dat de gemeenten en beschermingsbewindvoerders samen anders kunnen kijken naar en omgaan met deze problematiek. Ik zit vooral op de lijn ‘maak nu eens gebruik van elkaars deskundigheid, haal het dubbele werk eruit, gebruik de mogelijkheden die de wetgever aan de beschermingsbewindvoerder heeft gegeven’. Er zitten dan juist veel wederzijdse kansen in, waardoor ik dit als een aanzet tot een gedachtenverandering aan u voorleg. Puntsgewijs zal ik proberen dat duidelijk te maken:

Oude situatie:

·        Bij een schuldenbewind gaat de beschermingsbewindvoerder alle schulden inventariseren voor de boedelbeschrijving voor de kantonrechter.

·        Na een periode van stabilisatie wordt de cliënt aangemeld bij de afdeling schuldhulpverlening of het wijkteam.

·        Ik print weer alle stukken uit, verzamel alle schulden, lever inkomen en uitgaven, enz. enz. in.

·        Alle stukken gaan naar een afdeling SHV, een kredietbank, die kloppen alles weer in, missen nog weer wat, sturen een mail of een brief enz.

·        Met een beetje pech vind iemand dat de aangeleverde schulden te oud zijn en mag ik alle schuldeisers weer gaan aanschrijven en gaat het hele circus weer opnieuw van start.

·        Daarna start het traject schuldhulpverlening en is de gemeente in dat traject, aan medewerkerskosten ± € 2.800,-- kwijt. Dit onderbouw ik met de volgende berekening, afkomstig van van een gemeente uit Zuid Holland, oftewel deze kostenberekening kan als maatgevend worden beschouwd:

Pakket 2

Omschrijving

Aanmelding + Intake+ Budgetcursus + Stabilisatie + SR + Heronderzoeken en/of WSNP-traject

 

Totaal

Gemiddelde uren KM

1 uur + 7 uur + 3,5 uur + 2 uur + 12 uur

 

25,5

uur

Gemiddelde uren Adm.

2,5 uur + 0,5 uur + 8 uur

 

11

uur

Totaal gemiddelde uren

 

 

36,5

uur

Overhead

10%

 

3,65

uur

 

 

 

 

 

Budgetcursus

 

 

€         350,00

Uurtarief KM (einde schaal 9)

€                                                                     64

 

€     1.632,00

Uurtarief Adm. (einde schaal 6)

 €                                                                     51

 

€         561,00

Uurtarief Management (einde schaal 10)

 €                                                                     69

 

€         251,85

 

 

 

 

 

Prijs

 

 

€     2.794,85

 

Bovenstaande berekening is natuurlijk bediscussieerbaar, misschien maakt een andere gemeente wel wat minder uren en kosten, het gaat mij met name over de denkrichting: wij houden elkaar aan het werk en doen heel veel dubbel, inefficiënt en laten de kansen liggen.

Als je er nu eens even anders naar zou kijken en zou zeggen: bij een schuldenbewind hevelen wij de kosten voor het traject schuldhulpverlening € 2.800,00 van het budget SHV over naar het budget bijzondere bijstand en laten wij de beschermingsbewindvoerder ook gelijk het traject schuldhulpverlening doen. Dan ontstaat de vraag: waar zit voor iedereen de winst.


Nieuwe situatie:

·        In mijn optiek kan ongeveer 50% van de kosten (€ 1.400,00) traject schuldhulpverlening worden bespaard door de gemeente, als die de beschermingsbewindvoerder het traject SHV meteen volledig doen (efficiënt, het laten vervallen van dubbel werk).

·        De beschermingsbewindvoerder heeft het budget (€ 1.400,00) om zelf het traject SHV te doen.

·        De pot bijzondere bijstand wordt met € 1.400,00 gevuld. Verschuiven van doelgelden, maar uiteindelijk een besparing.

·        Het beroep op bijzondere bijstand door de beschermingsbewindvoerder kan m.i. met een jaar worden bekort (tijdsbesparing omdat het traject sneller start en de doorlooptijd schuldenbewind wordt verkort. Scheelt de gemeente € 1.728,36 (enkele zaak) of € 2.073,84 (dubbele zaak).

·        Kort door de bocht kan er dus een minimale besparing van € 1.400,00  + € 1.728,36 = € 3.128,36 (alleenstaande) of € 1.400,-- + 2.073,84 =  € 3.473,84  (echtpaar)door de gemeente worden gerealiseerd, alleen maar door het anders te organiseren en van elkaars kwaliteiten gebruik te maken. Als wij aannemen dat er momenteel 200.000 mensen onder schuldenbewind zijn geplaatst (bron Onderzoek beschermingsbewind Stimulansz, mei 2014) er 50 % van de doelgroep op deze wijze geholpen kan worden levert dat een besparing van (100.000 X € 3.128,36) = € 312.836.000 op!

·        Wij houden elkaar niet aan het werk.

·        De beschermingsbewindvoerder heeft alle schulden al geïnventariseerd, kent het inkomen, kent de uitgaven,  kan een VTLB berekenen, kan een aanbod doen, kan een dwangakkoord aanbieden en kan een aanvraag WSNP doen. Immers, de beschermingsbewindvoerder is toegevoegd in art 48 WCK en is gerechtigd schuldbemiddelingen te doen.

·        Aan de kant van de beschermingsbewindvoerder zijn we af van het elke keer op de schuldhulpverlening wachten, printen, kopiëren, weer aanmelden voor een traject, frustratie, weer schulden opvragen en kunnen we gewoon doorpakken.

·        En last, but not least: de persoon waarom het gaat krijgt wat er nodig is: een snel, effectief traject met wel als belangrijkste: uitzicht op een beter leven.

 

Uiteraard sta ik open voor een gesprek/uitleg om een en ander toe te lichten.

 

Met vriendelijke groet,

 

A.(rie) Verkerk

Directeur