Wat houdt de WSNP in?
De rechter spreekt een faillissement uit indien een persoon niet meer in staat is zijn schulden te betalen. Een faillissement wordt meestal opgeheven zonder dat de schuldeisers betaling hebben ontvangen. De schulden blijven in een faillissement dus bestaan. Iemand kan dus in principe levenslang met zijn schulden zitten. De Wet Schuldsanering Natuurlijke Persoon probeert dit probleem te verhelpen.


WSNP is een afkorting van: Wet Schuldsanering Natuurlijke Persoon


Voordat men tot de WSNP kan toetreden, is de kans aanwezig dat de rechter de desbetreffende persoon ter zitting roept. Op deze toelatingszitting moet de schuldenaar zijn verhaal doen en verklaren hoe en waarom hij tot de schulden is gekomen. De rechter wil onderzoeken of u de schulden wel of niet te goeder trouw heeft gemaakt.


Het verzoek kan bijvoorbeeld worden afgewezen in de volgende gevallen:

  1. Indien blijkt dat de schuldenaar zijn schulden kan blijven betalen.
  2. Indien de gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen.
  3. Indien men opzettelijk zulke hoge schulden heeft laten ontstaan, dat men op dat moment al kan weten dat ze onmogelijk betaald kunnen worden. Wanneer de rechter de toepassing van de WSNP uitspreekt, zal de rechter ook gelijk een bewindvoerder en een rechter-commissaris aanwijzen. De naam van de schuldenaar zal gepubliceerd worden in de krant.


Als de WSNP van toepassing is verklaard door de rechter moeten schuldeisers hun vordering ter verificatie bij de bewindvoerder indienen. Gedurende de looptijd van de sanering kunnen er geen beslagen worden gelegd en wordt de rente over de vorderingen stilgezet.


De rechtbank stelt een vrij te laten bedrag (VTLB) vast. Al het meerdere boven dit VTLB wat de schuldenaar verdient, wordt op een bankrekening van de bewindvoerder gestort. De schuldenaar moet zich inspannen om zo veel mogelijk geld voor zijn schuldeisers te verzamelen. De bewindvoerder controleert of de schuldenaar zijn verplichtingen nakomt. Zo geldt er een postblokkade die minimaal 13 maanden van de schuldsanering loopt.


De schuldenaar is verplicht om de bewindvoerder overal toe te laten en alle informatie te verschaffen die de bewindvoerder vraagt. De regeling duurt minimaal drie en maximaal vijf jaar. Indien de rechtbank na verloop van de regeling oordeelt dat de schuldenaar zich aan verplichtingen die er bij de regeling horen heeft gehouden, wordt hem een schone lei gegeven. De schuldeisers worden betaald voor zover er geld verzameld is, en het resterende bedrag van de vordering wordt een natuurlijke verbintenis (de nakoming is niet in rechte afdwingbaar). De schulden blijven dus wel bestaan, maar schuldeisers kunnen geen invorderingsmaatregelen meer nemen.


     
  Verplichtingen in de schuldsaneringsregeling
 
 

De schuldenaar heeft de volgende verplichtingen: 

  1. De rechter-commissaris stelt een vrij te laten bedrag vast. De hoogte van dit bedrag hangt af van bijvoorbeeld de gezinssituatie en van een aantal vaste lasten.
  2. Het inkomen boven het vrij te laten bedrag moet iedere maand op de boedelrekening worden gestort.
  3. De schuldenaar mag geen nieuwe bovenmatige schulden laten ontstaan.
  4. De schuldenaar moet zoveel mogelijk inkomen zien te vergaren. Als hij in staat is om te werken, moet hij dat ook doen, of althans laten zien dat hij actief op zoek is naar werk. Alleen indien wordt aangetoond dat de schuldenaar arbeidsongeschikt is, vervalt deze verplichting.
  5. De schuldenaar moet de bewindvoerder informeren over alles wat voor de schuldsaneringsregeling van belang is, zoals een verandering van baan of een verhuizing.


Indien de schuldenaar zich niet aan deze verplichtingen houdt, kan de rechtbank de regeling tussentijds beŽindigen. De schuldenaar gaat in dat geval failliet.

De rechtbank kan ook weigeren de schone lei te geven. De schuldenaar gaat in dit geval niet failliet maar de schulden blijven wel bestaan.